Meer informatie over het onderdeel leerlijn

Bij het onderdeel begrijpen hoort het indelen van leerlingen en deze vervolgens koppelen aan een leerlijn (vaak uit de methode). Per onderdeel geven we je daar meer informatie over, je kunt die informatie lezen door op de link te klikken.

 

Indelen van leerlingen

Bij het indelen van leerlingen gaan we uit van convergente differentiatie. Dat wil zeggen dat de doelen gelijk zijn, maar de weg er naar toe verschillend.

We verdelen de groep in drie subgroepen:

Basis

Dit is de middengroep, die zonder aanpassingen het reguliere programma aan kan. Zo'n 50% van de groep zal in deze groep ingedeeld worden.

Intensief

Dit zijn de leerlingen die intensievere begeleiding nodig hebben. Zonder extra hulp kunnen zij het reguliere programma niet zonder meer doorlopen. Zij krijgen extra instructie van de leerkracht. De leerlingen zullen vaak wat minder opgaven krijgen omdat de gezamenlijke instructie ook een deel van de tijd inneemt.

Meer

Deze leerlingen kunnen meer aan. Zij hebben genoeg aan een korte instructie en kunnen dan vaak zelfstandig aan het werk. Vaak krijgen ze een compactingsprogramma aangeboden met daarnaast extra verdiepingsstof.

Stellen van leerstofdoelen

Je kunt op allerlei manier doelen stellen. Maar welke doelen hebben we het nu over? Aan het eind van de school moet een leerling voldoen aan de kerndoelen. Deze zijn vrij algemeen opgesteld en het is lastig die te vertalen naar doelen in jouw groep. Dan zijn er de referentieniveaus. Dit is een concretisering van de kerndoelen en tegelijk een koppeling met de doelen die in het Voortgezet onderwijs en MBO gehaald moeten worden. Voor gebruik in de basisschool is echter het lastige dat ook dit einddoelen zijn (eind groep 8) die weinig aanwijzingen geven voor gebruik in andere groepen in de school. De leerlijn die toe leidt naar die einddoelen kun je het beste uit de methode halen die je gebruikt. Door de doelen uit die methode op een rij te zetten ontstaat een doorlopende leerlijn in de school. In klasseplan hebben wij de (week)doelen van de meest gebruikte methodes al voor je op een rij gezet. Dat hebben we gedaan in leerling-taal, zodat ze ook te gebruiken zijn op de weekkaart van de leerling. Het is belangrijk deze doelen te formuleren in een zin die met ‘ik’ begint. We onderscheiden daarbij procesdoelen en productdoelen. Een procesdoel kan zijn ‘Ik leer over de tafel van 4’ of ‘Ik oefen de tafel van 4’ Het productdoel is dan ‘Ik ken de tafel van 4’. Op deze manier is het voor leerlingen ook duidelijk wat het doel inhoudt en weten ze ook dat ze aan het begin nog niet alles hoeven te kennen of kunnen maar dat ze tijd krijgen om een bepaald onderdeel te leren. Meer informatie over dit onderwerp vind je in dit artikel.

Referentieniveaus

In 2006 zijn de kerndoelen ontwikkeld voor het basisonderwijs. Deze kerndoelen zijn de einddoelen die een leerling in het basisonderwijs moet behalen. In 2008 heeft de commissie Meijerink referentieniveaus voor taal en rekenen geformuleerd die een concretisering zijn van de kerndoelen. Ze geven aan wat een leerling aan het eind van de basisschool moet beheersen. De commissie heeft deze doelen ook omschreven voor het einde van het voortgezet onderwijs. Voor het einde van het basisonderwijs zijn twee niveaus beschreven: 1F en 1S. F staat voor fundamenteel niveau, dit is voor de leerlingen die doorstromen naar VMBO basis en kader. S staat voor streefniveau, dit is het beheersingsniveau dat de leerlingen nodig hebben die doorstromen naar VMBO gemengde of theoretische leerweg of haar HAVO of VWO. Deze beschrijving gaat dus uit van twee uitstroomniveaus. Ook de referentieniveaus zijn echter nog behoorlijk abstract omschreven en geven geen inzicht in wat een leerling in bijvoorbeeld groep 5 moet beheersen. Daarvoor is het goed om naar de leerlijn te kijken die in de door de school gebruikte methode zit. Een goed voorbeeld voor rekenen voor niveau 1F is de uitwerking door het SLO, klik hier voor het pdf. Deze uitwerking is echter nog niet gekoppeld aan de methodes. Het is goed om die vergelijking te maken en zo een eigen leerlijn voor de school op te stellen, met duidelijke tussendoelen per groep. In klasseplan is dit voor een aantal methodes al uitgewerkt, klik hier voor meer informatie.

Het belang van het werken met leerstofdoelen

Uit onderzoek is gebleken dat het een groot effect heeft op de leerprestaties van leerlingen als je hun betrekt bij de doelen van een les. De leerlingen zijn dan meer gefocust op wat belangrijk is in die les. In plaats van maar weer 10 opgaven te maken werken ze nu actief aan het behalen van doel. Daardoor zijn leerlingen meer betrokken bij de les en dit heeft een positief effect op hun leerresultaten. Een goede evaluatie van de gestelde doelen met eerlijke feedback is dan natuurlijk erg belangrijk.

Leerlijnen en Cito Lvs

Leerkrachten volgen vaak precies de methode, dat is immers hun houvast. Maar het is heel belangrijk om de leerlijn uit de methode helder te hebben. Die leerlijn bevat alle doelen waar aan moet worden voldaan door de leerlingen. Op het moment dat je de doelen (wij werken met weekdoelen) uit de methode op een rij hebt kun je deze ook goed vergelijken met de CITO doelen uit het LVS. Niet om te trainen voor CITO, maar wel om te controleren of er niet teveel verschillen zitten tussen het aanbod uit de methode en de onderdelen die CITO test. Als een onderwerp niet of nauwelijks behandeld is moet je het ook niet willen toetsen. Op basis van deze informatie kun je de leerlijn bijstellen, extra materiaal zoeken of onderdelen weglaten. Door dit per groep vast te leggen ontstaat er een heel inzichtelijk leerlijn voor de school. Voor een voorbeeld van een leerlijn zoals je die in klasseplan kunt zetten klik hier. Voor een voorbeeld van de tussendoelen van CITO rekenen groep 5 klik hier.In de cursus doelgericht werken met klasseplan helpen we je om deze leerlijn op te stellen voor jouw school.

session_submenuopen =
onhome = 0
Article ID = 22
Category ID = 12
currentMenuID = 134
parentMenuItemID = 126
view = article